We horen wel eens dat mensen schrikken van de prijs van een intake of de aan-huistoeslag. Dat begrijpen we heel goed. Tegelijkertijd is het eigenlijk best gek: uit een groot kostenonderzoek blijkt dat we in de eerstelijns ergotherapie onder de kostprijs werken. We zouden dus eigenlijk meer moeten krijgen om goede, toegankelijke zorg te kunnen blijven bieden. Hoewel we dus begrijpen dat mensen een intake duur kunnen vinden, zeggen wij eigenlijk dat hij nog een stukje duurder moet worden… maar waarom eigenlijk? We leggen het onze cliënten graag uit.
Een intake is veel meer dan alleen de tijd samen met de therapeut. Daarvóór is er al contact geweest met de praktijk, worden gegevens verwerkt en een planning gemaakt. De therapeut bereidt zich voor, analyseert tijdens de intake jouw situatie en werkt dit daarna uit in verslaglegging en, als het nodig is, overleg met andere zorgverleners. Die eerste afspraak vormt de basis van het hele traject: hoe beter die staat, hoe gerichter en vaak korter de behandeling.
Er gaat dus best wat tijd in zitten en dat moet worden betaald: personeel is de grootste kostenpost in de praktijk, wel 80% Momenteel is personeel het grootste knelpunt: door een groot tekort aan therapeuten hebben zij een rijke keuze aan mogelijke werkgevers. Het is natuurlijk sowieso logisch en nodig om een goed salaris te bieden, maar het is echt cruciaal om ons meest waardevolle onderdeel te bewaren: de therapeuten.
Daarnaast betaal je ook voor alles eromheen. Denk aan het opleiden en continu bijscholen van therapeuten, zodat zij hun werk goed en up-to-date kunnen doen. Maar ook aan minder zichtbare kosten: praktijkruimte, verzekeringen, telefoonkosten, schoonmaak, het werven van personeel en ja.. ook een kopje koffie om de dag te starten.
Daarbovenop, en dat verklaart een ander groot deel van de kosten, komen de eisen van zorgverzekeraars. We werken met dure, gespecialiseerde software voor dossiervoering en beveiligde gegevensuitwisseling, en maken gebruik van externe meetbureaus om kwaliteit inzichtelijk te maken. Dat is belangrijk, maar brengt ook flink wat kosten met zich mee. Bovendien gaat er veel geld en (grotendeels onbetaalde!) tijd naar de verplichte registratie, (kostbare) bijscholing en tijdsintensieve deelnames aan netwerken. Dit wordt vaak in de eigen tijd gedaan, vrijwilligerswerk dus eigenlijk. Dat doen we dus echt uit liefde voor het vak en overtuiging dat wij echt de juiste zorg op de juiste plek zijn.
Ergotherapie is dus juist een relatief goedkope vorm van zorg die vaak voorkomt dat mensen zwaardere en duurdere zorg nodig hebben. Je kunt het dus ook zien als een investering in het voorkomen van grotere problemen en hoge kosten voor medisch specialistische zorg.
Kort gezegd: je betaalt niet alleen voor dat ene contactmoment, maar voor de expertise, de voorbereiding, de uitwerking en alles wat nodig is om jou goed te kunnen helpen. En hoe gek het ook klinkt: ondanks dat het duur lijkt, laat onderzoek zien dat deze zorg in werkelijkheid onder de kostprijs wordt geleverd… terwijl we ergotherapie juist hard nodig hebben om de eerstelijnszorg sterk te houden.
